De lucht is fris en dat maakt het een mooi moment om even bewust door de tuin te lopen. Kijk wat er bloeit, wat al bijna uitgebloeid is en waar je iets kunt doen. Door regelmatig uitgebloeide bloemen te verwijderen bij planten wordt de energie gestoken in nieuwe groei in plaats van in zaadvorming. Pluk gerust een paar mooie bloemen voor op de vaas; dat stimuleert veel soorten om opnieuw te bloeien én maakt gelukkig!
Let ook op planten waarvan de zaden bijna rijp zijn. Van veel vaste planten en eenjarigen kun je nu al zaden verzamelen. Van goudsbloem, korenbloem, cosmea, juffertje in het groen en slaapmutsje bijvoorbeeld. Wacht tot de zaaddozen droog en bruin zijn en bewaar de zaden op een koele, droge plek.
Een kleine onderhoudsronde — hier en daar wat wegknippen, water geven, dode stengels verwijderen, borders onkruidvrij houden en gras maaien — houdt de tuin fris en overzichtelijk. Zo blijft de tuin gezond en kun je nog langer genieten van alles wat groeit en bloeit.

Wilde bloemmengsels kun je uitstekend zaaien in de nazomer, meestal in september of oktober. De bodem is dan nog warm genoeg voor kieming, maar niet meer zo droog als in de zomer. Kies altijd voor een inheems mengsel dat past bij jouw grondsoort; dat geeft het beste resultaat en sluit aan bij de insecten die hier van nature voorkomen. Er zijn mengsels voor zandgrond, klei en leem, en je kunt kiezen uit eenjarige, tweejarige en meerjarige soorten zoals knoopkruid, margriet, pastinaak, rolklaver en korenbloem.
De beste plek voor wilde bloemen is een schrale, zonnige standplaats. Hoe armer de grond, hoe rijker de bloei.
Goed onderhoud is eenvoudig: laat de bloemmengsels de hele zomer bloeien. Knip of maai de border pas in het najaar, rond oktober, als de planten zijn uitgebloeid en hun zaden hebben laten vallen. Houdt de bodem schraal, dan krijgen de bloemen de ruimte! Met een beetje aandacht creëer je een kleurrijke, insectvriendelijke tuin vol leven.

